Papua: Sarmi / Mamberamo Raya
Bewerking kaart van auteur:Hddty, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons
Jongeman van de Sarmi-kust in feestkostuum. Utrechts Archief
Groepsportret van mannelijke bergbewoners ten zuiden van Sarmi 1924-1925. Dr. H. F. Tillema CC-BY-SA RV-A440-c-100 NMVW
Het Mamberamo-bekken, dat grotendeels overeenkomt met de huidige kabupaten Mamberamo Raya, stond ten tijde van Nederlands Nieuw-Guinea bekend als een van de meest ondoordringbare, geïsoleerde en cultureel diverse gebieden. Vanwege de enorme omvang van de Mamberamo en de ondoordringbare moerassen was het Nederlandse gezag er grotendeels 'nominaal': het beperkte zich tot incidentele patrouilles en expedities.
De stammen leefden in een animistische belevingswereld waarin de natuur, de rivier en de geesten van de voorouders één waren. Stammenoorlogen (vaak ingegeven door de traditie van de koppensnellerij of territoriale geschillen over sagotuinen) kwamen tot diep in de 20e eeuw voor, totdat de pacificatie door het Nederlandse bestuur en de introductie van het christendom de intertribale dynamiek definitief veranderden.
Hieronder vindt u een historisch-cultureel beeld van deze groepen ten tijde van het Nederlandse bestuur.
1. De Kauwerawet (Kauwerawetstam)
De Kauwerawet waren een van de meest iconische groepen in de vroege koloniale verslagen over de Mamberamo.
- Locatie & Levenswijze: Zij leefden langs de middenloop van de Mamberamo-rivier, in een dynamisch en gevaarlijk moeras- en rivierlandschap. Hun cultuur was volledig gericht op de rivier. Ze waren meesterlijke kanobouwers en schippers die met grote boomstamsubans (prauwen) de verraderlijke stroomversnellingen trotseerden.
- Historische ontmoeting: De stam werd breed bekend in Nederland door de wetenschappelijke Mamberamo-expedities (zoals die van 1920 en 1926). Nederlandse ontdekkingsreizigers en militairen beschreven hen als een fysiek krachtig volk. In de vroege literatuur stonden zij bekend om hun rituele dansen, het dragen van neussieraden (gemaakt van varkensslagtanden of bot) en hun complexe, animistische geloofssystemen waarin riviergeesten een hoofdrol speelden.
2. Kauwera (Kawera)
In de oude literatuur worden Kauwera en Kauwerawet soms door elkaar gehaald, maar taalkundig en antropologisch is er een belangrijk onderscheid:
- Taalidentiteit: De Kauwera (tegenwoordig vaak gespeld als Kawera) verwijst specifiek naar de etnolinguïstische groep die de Kauwera-taal spreekt. Dit is een Papoeataal die behoort tot de Groote-Mamberamo-taalfamilie.
- Cultureel verband: Ten tijde van Nederlands Nieuw-Guinea vormden zij kleine, semi-nomadische clans. Hun dorpen (vaak tijdelijke nederzettingen op de rivieroevers) verplaatsten zich afhankelijk van de visvangst en de stand van het water. Tegenwoordig is hun centrum gecentreerd rondom plaatsen als Kasonaweja (de tweelingstad van de huidige hoofdplaats Burmeso).
3. Kwerba (Nobuk)
De Kwerba (in sommige oude bronnen ook wel aangeduid als Kwerba-Mamberamo of Nobuk) bewoonden de hoger gelegen gebieden en de uitlopers van het Foja-gebergte, net ten oosten van de Mamberamo-rivier.
- Sago en Jacht: In tegenstelling tot de pure rivierstammen, waren de Kwerba meer op het oerwoud en de heuvels georiënteerd. Hun materiële cultuur was sterk afhankelijk van de sago-palmen in de Foja-valleien. Het verwerken van sago (door de vrouwen) en de jacht op wilde varkens en kasuarissen (door de men) vormden de economische basis.
- Clansysteem: De Kwerba waren opgedeeld in strikte, patriarchale clans (zoals de Maner, Haciwa en Karawata) die elk hun eigen territorium, jachtgronden en heilige bergen bezaten. In de koloniale periode stonden zij bekend als een zeer autonoom volk dat pas relatief laat (midden 20e eeuw) intensief contact kreeg met de Nederlandse bestuursambtenaren en protestantse zendelingen
4. Takoetamesso (Takutameso)
De naam Takoetamesso (modern: Takutameso) is in historisch opzicht een cruciale geografische en culturele 'hub' in de koloniale literatuur.
- De Splitsing: Dit was de historische aanduiding voor de strategische plek waar de Mamberamo-rivier zich splitst (of beter gezegd: ontstaat uit de samenvloeiing van) in de Tariku (vroeger de Rouffaer-rivier) en de Taritatu (vroeger de Idenburg-rivier).
- Cultureel Knooppunt: Omdat dit het geografische hart van het Mamberamo-bekken is, fungeerde Takoetamesso als een ontmoetings- en handelsplaats waar verschillende stammen (waaronder de Kauwerawet en de stroomopwaarts levende groepen) elkaar troffen. Hier werden goederen uitgewisseld, zoals stenen bijlen uit het binnenland tegen schelpen, tabak en vogelveren uit de kustregio's. Tijdens Nederlandse expedities werd Takoetamesso vaak gebruikt als basiskamp of herkenningspunt voor de stoomboten die de rivier opvoeren.
Utrechts Archief
De nu volgende (bewerkte) afbeeldingen zijn afkomstig van:
Foto's van expedities naar Nieuw-Guinea, waaraan C.C.F.M. le Roux deelnam, de Nederlands-Amerikaanse expeditie in 1926 en vermoedelijk de expeditie Nieuw-Guinea II in 1939. Utrechts Archief 74-169
en
Drukproef (1935) van een platenatlas door C.C.F.M. le Roux: Mamberamo, een studie van land en volk van het stroomgebied der Mamberamo-rivier in Nederlandsch-Centraal- en Noord-Nieuw-Guinea, met onder meer afbeeldingen van foto's van de Nederlands-Amerikaanse expeditie naar Nieuw-Guinea in 1926. Utrechts Archief 74-170
Portret van een groep Kauwera Papoea's uit Pisano opgetooid met palmbladeren in een prauw op de Mamberamo-rivier bij het Albatrosbivak. Utrechts Archief 74-170-17
Groep mannen en jongens van den Takoetamesso- of Kauwerawetstam voor het mannenhuis in de kampong Pisano. Utrechts Archief 74-170-13
Mannen van de Takoetamesso of Kauwerawet, bewoners Van Reesgebergte ten oosten van het riviergedeelte Pionierbivak - Edivallen. Bezig met het vlechten van de strengen voor de buikgordel. Utrechts Archief 74-170-15
Takoetamesso-mannen en -jongeling gezeten voor het mannenhuis in kampong Pisano. In het midden Anasoeè, één der hoofdmannen van den stam; door het doorboorde linker oorlel is een kalkkokertje gestoken, vóór in het hoofdhaar een eetstokje, een vorkvormige pen van Kasuarisbeen door de neusvleugels. Utrechts Archief 74-170-15
Utrechts Archief 74-170-29
Papoea van Motorbivak, korte gedrongen figuur. De reusachtige buikgordel van de Papoea's der Beneden-Mamberamo is hier tot enkele strengen ingekrompen. Smal lapje boombast als begin van schaambedekking.
Papoea van de Midden-Rouffaerrivier. Herkulische gestalte met staande en dwarse neusversiering van Kasuarisbeen en een versiering van gepolijst been van varkenstanden op het voorhoofd.
Papoea uit de buurt van Motorbivak.
Mannen uit het Mamberamogebied 1926-1939. Utrechts Archief 74-169-454
Meervlakte bewoners in hun prauw 1926-1939. Utrechts Archief 74-169-422
Meervlaktebewoners met bananentrossen 1926-1939. Utrechts Archief 74-169-206
Mannen in het water 1926-1939. Utrechts Archief 74-169-308
Jan Arie van der Hoeven, gouvernementsarts.
Yoke, Samarokena, Bagusa 1949-1950:
Jauké (Yoke), Mamberamo Raya. Jan Arie van der Hoeven ca 1949
Jauke (Yoke), Mamberamo Raya, Jan Arie van der Hoeven, afdruk Diversen-van der Hoeven-145
Familie in Samarokena. Jan Arie van der Hoeven 1950.
Bakussa (Bagusa), Mamberamo Raya. Jan Arie van der Hoeven 1949
Op de Mamberamo op weg naar Bakussa. Jan Arie van der Hoeven 1949. Kaart
Feesthuis Jamna - nabij Sarmi. Woningbouw en Architectuur in Nieuw-Guinea - J A Loeber 1930 001
De darma (feestgebouw) te Jamna (ook wel Djamna) dat 29 september 1913 afgebroken werd.
De darma's (tempels) van Djamna waren bekend als behoorende tot de mooiste exemplaren van die soort. Ik zag flinke, stevige gebouwen. Inwendig was er niets te zien, dan een partij lange bamboe-fluiten. Van buiten waren echter mooie versieringen aangebracht, alle motieven aan de dierenwereld ontleend. Niet alleen waterdieren als schildpadden, haaien, krokodillen, enz., doch men vond er ook honden.
Bron: F.J.F. van Hasselt, 1911
Huis van de inheemse bevolking van Jamna -nabij Sarmi 1924-1932 CC-BY-SA RV-A440-t-289A Collectie Wereldmuseum.
Filip maakt voorsteven van prauw. Sarmi. Hans Soetekouw 1961
Vergeten aarde. Nieuw-Guinea. Jan van Eechoud 1952
Papoea's - mensen zoals wij. De kultuur van een natuurvolk. G. Oosterwal 1961
De mensen, wier leven in dit boekje beschreven wordt, wonen in Noord Nieuw-Guinea tussen de rivieren de Mamberamo en de Biri, in een gebied, dat bijna zo groot is als België. Hun wereldjes zijn als voorbeeld gekozen van die vele afgezonderde wereldjes, die nauwelijks of nog geen aanraking met het
Nederlandse Bestuur hebben gehad. (pag. 11).
Etnografische beschrijving van de Kaowerawédj rond Pionierbivak. J.P.K. van Eechoud 1962